zekeringen

1 - zekeren
 
Altijd als je ergens af kan vallen moet je gezekerd worden. Bij ladderklimmen, rotsklimmen, korte gevaarlijke afdalingen en zeker in onbekende gedeelten. Wil je jezelf veilig zekeren dan moet je dat zo doen: zet jezelf met je leeflijn vast aan een goed stevig punt. Zo kan je niet worden meegetrokken als je valt. Maak op elk ankerpunt wel een pulrich. Als iemand aan het klimmen is schuift hij de pulrich omhoog of omlaag zodat je telkens een stukje kan klimmen/dalen. De zekeraar moet er dan voor zorgen dat het touw strak staat zodat de klimmer niet kan vallen. Als de klimmer valt remt de pulrich vanzelf met de hulp van de zekeraar. Het koord moet dan daarna worden geblokkeerd met de blokkeerknoop. Als dat gebeurd is kan de zekeraar veilig de klimmer helpen.
2 - zelfzekering

Met zelfzekering verlopen tochten sneller omdat handelingen die de zekeraar normaal moet doen nu niet nodig zijn. Zelfzekering is zelfs veel veiliger dan je laten zekeren door een ander persoon omdat dan de fouten alleen door jou kunnen worden gemaakt. Je kunt jezelf op een aantal manieren zekeren:
de meest gebruikte vorm van zelfzekering is het gebruik van de rem. Dit apparaat kun je alleen gebruiken tijdens het klimmen als zekering. Het koord wordt ingeklemd tussen het frame en de kam waar tanden aan zitten zodat het apparaat niet kan schuiven op het touw. Je kunt de rem aan het koord vastmaken door de kam naar achter te trekken het apparaat erop te schuiven en de kam weer terug te laten schieten. Als de klimmer aan de rem gaat hangen wordt de kam tegen het touw aan gedrukt zodat de rem erg goed vast zit. Voor de zelfzekering moet je een schroefmusketon door de bovenste 2 ogen van de rem doen. Zo wordt bij een eventuele val als er gewicht aan het musketon komt voorkomen dat de kam doorschiet. Het musketon moet ook aan de dichte kant van de rem worden gemaakt; anders heb je kans dat het musketon de kam blokkeert wanneer er een reddingsoperatie is. Gebruik trouwens nooit een croll voor zelfzekering. Dit apparaat is hiervoor niet gemaakt, dus niet veilig. Als je geen rem hebt kun je je altijd nog zekeren met een prusikknoop. Neem een prusikkoord en zet dat met een prusikknoop vast op het koord. Pak dan beide uiteinden van het prusikknoop en knoop deze aan elkaar. Maak dit daarna aan de centrale bevestiging van het klimbroekje vast. Zorg er altijd voor dat je bij de prusikknoop kunt om deze te deblokkeren. Houd je hand altijd boven de prusikknoop en niet erop. Anders kan het zijn dat de knoop bij een val niet blokkeert.
Ladderklimmen met zelfzekering

1 - ladderklimmen
 
Bij het ladderklimmen worden de handen ter hoogte van de schouders gehouden. De linkerarm moet je dan om de ladder heen doen en de linkerarm moet aan de rechterkant de sporten pakken en omgekeerd. Zo kun je niet anders dan kracht te zetten vanuit je benen. Bij een touwladder wordt aangeraden om je voeten 1 voor 1 achterlangs in te steken. Zo blijft de ladder mooi recht hangen. Als de ladder tegen een wand hangt moet je telkens als je je voet wil verzetten eerst je even afduwen van de wand met je knie. Telkens als je dan zo'n duwtje hebt gegeven kun je dan je voeten en handen verschuiven. Ladderklimmen moet je altijd met een zekering doen. Let er wel op dat het zekeringkoord niet om de ladder gaat draaien. Als dat gebeurt kun je altijd klimmend om de ladder heen draaien.

 

2 - ladder en rotsklimmen met zelfzekering
 
Je moet eerst de rem goed vastmaken zoals bij de pagina over zelfzekering is uitgelegd. Laat het koord door iemand onderaan vasthouden zodat het touw makkelijker door de rem glijdt. De klimmer die als laatste gaat moet het koord steeds door de rem trekken. Houd het koord strak. Er mag geen vrij koord van groter dan 50 zijn. Anders kan je een meter vallen. En dat kan de rem doen vervormen. Als je aan het ladderklimmen bent kun je rusten door de leeflijn aan het koord boven een sport vast te maken. Doe dit niet op alleen een sport, dan is het te slap. Als je van de ladder af gaat moet je altijd eerst je leeflijn aan een ankerpunt of looplijn vastmaken.