Klimmen

techniek
 

Je kunt vrij klimmen (zonder ladders etc.) in 2 situaties:

Situatie 1:
Het beklimmen van korte wanden en als je uit korte putten klimt, wel minder dan 10 meter diep/hoog, omdat het anders bijna geen voordeel oplevert als je ladders of ander materiaal gaat gebruiken.

Situatie 2:
Als je naar boven gaat klimmen op wanden of putten die leiden naar een hoger gedeelte. Mensen gebruiken hierbij de techniek van rotsklimmen en soms ook nog samen met steunpunten zoals ankers.

 

Kleinere verticale spleten kunnen worden gebruikt als druksteunpunten voor voeten of handen, door je eraan vast te klemmen. Je kunt je vastklemmen door je spieren van je voet of hand te spannen, een vuist te maken of door tegendruk te geven. Klimmen leer je alleen door het vaak te oefenen in de praktijk.

Klimmen op rotsen kun je op verschillende manieren oefenen, het klimmen onder de grond kun je alleen echt onder de grond leren. Als het echt vochtig en donker is. Een speleoloog klimt ook nog met laarzen aan in plaats van schoenen, dat maakt het ook nog een stuk moeilijker.

Als je gaat klimmen moet je eerst de berg/wand/put goed overzien, zodat je van tevoren kunt bedenken hoe je gaat klimmen. Een beginnende klimmer moet begeleid worden door een ervaren klimmer. Die klimt eerst naar boven en dan maakt hij een zekering zodat de andere makkelijker omhoog komt.

 

Enkele onbeschreven regels bij het rotsklimmen zijn:
Gebruik altijd 3 steunpunten. Dus zoek telkens met 1 hand of voet een ander steunpunt voordat je weer een andere loslaat.
De benen moet je gebruiken om je mee omhoog te krijgen, dus om kracht mee te zetten.
De handen moet je ongeveer op de hoogte van je hoofd houden.
Je lichaam moet je altijd rechtop houden ongeveer een halve armlengte van de rots af zodat alle steunpunten even zwaar worden belast.

Steunpunten moet je niet overhaast uitkiezen, kijk wel eerst zelf of ze stevig genoeg zijn. Je kunt bijvoorbeeld gebruiken als steunpunten: oneffenheden in de wand, uitspringende delen, richels, of als het echt niet anders kan spleten en stalagmieten/stalactieten.
Je hebt ook een soort techniek die we de spantechniek noemen. Je spant of klemt je hierbij tussen 2 wanden en door druk uit te oefenen met 2 ledematen druk je jezelf omhoog.

 1- klimmen met rem en croll
Deze methode is in Europa de meest gebruikte manier om op een enkel koord omhoog te komen. Bij deze methode heb je een rem, croll en voetlus nodig. De croll wordt via het onderste oog aan het broekje vastgemaakt. Via een musketon wordt dan de croll via het bovenste oog aan de borstgordel vastgemaakt. Daarna kun je je optrekken aan het touw.

 

 2- passeren van een ankerpunt met de croll
Klim tot het ankerpunt, maar niet zo hoog dat de croll tegen de knoop van het touw komt. Als je dat doet krijg je de rem namelijk niet meer los. Hang de korte leeflijn in het musketon van het ankerpunt en controleer of er niemand boven het ankerpunt hangt. Haal de beveiliging van de croll af, richt je op en zet de croll boven het ankerpunt. Ga als je dit doet voor de veiligheid in de korte leeflijn hangen. Zet daarna de rem met de lange leeflijn ook boven het ankerpunt, maar wel boven de croll! En begin daarna verder omhoog te klimmen. Haal de korte leeflijn uit het ankerpunt als er geen gewicht meer op staat. En roep dan naar beneden dat het koord vrij is.