| In lage
gangen moet je vaak kruipen, het is hierbij erg belangrijk dat je zo min
mogelijk de bodem van de grot aanraakt. De beste en gemakkelijkste manier
om te kruipen is op je voorarmen en op je tenen. Kruipen op je ellebogen
en je knieën is na een tijdje erg pijnlijk en slecht voor je gewrichten.
In smalle dalende gangen daal je af met je benen naar voren. Dan kun je
terug als dat nodig is, want achteruit met je benen omhoog je bijna niet
te doen. Omdat je niet goed weet waar je uitkomt moet je in dit soort
gevallen goed gezekerd worden. Want smalle gangen kunnen plotseling
overgaan in grote ruimtes met (bijna) geen steunpunten. Om te voorkomen
dat je helm vast komt te zitten wordt het kinbandje losgemaakt. Vaak kun
je in smalle gangen sneller vooruitkomen door met de bocht mee te bewegen.
Voor kruipen door hele kleine gaatjes (chatiéres) heb je bijzondere
vaardigheden nodig. Als je je niet zeker voelt op zo'n moment moet je het
niet proberen. Het is ook zeer aan te raden om door smalle gangen een lamp
voor je uit te dragen of te schuiven.
|

|