Knopen

Een goede knoop of steek moet aan een paar dingen voldoen:
Je moet hem veel kunnen gebruiken.
Hij moet gemakkelijk te maken zijn
Gemakkelijk te controleren zijn.
Hij moet slipvast zijn, zodat de knoop niet gaat schuiven.
Je moet hem gemakkelijk los kunnen maken nadat er iets aan heeft gehangen.

Het controleren van de knopen is belangrijk. Daarom moet iedereen dezelfde knopen kunnen maken en ook geen andere gebruiken. Het is belangrijk dat je makkelijk kan zien of een knoop goed is gemaakt, of dat je zelfs in het donker kan zien/voelen of ze goed zijn. Zoals je eerder kon lezen op deze site verminderen knopen de sterkte van het koord met de helft. Dus het is belangrijk dat de knoop goed is gelegd.

1. - de paalsteek
De paalsteek is een knoop die niet kan schuiven en die je om een vast punt kan leggen. Hij wordt gebruikt bij stellingen, bijvoorbeeld om een boom of een rots, en vaak ook om een lus rond het middel te maken als noodbeveiliging. Meestal maken een speleologen aan de uiteinden van de paalsteek ook een andere knoop, de visserssteek. Dit doen ze omdat als de paalsteek geen gewicht aan zich heeft, de knoop kan gaan loslaten.

2. - de achtknoop
De achtknoop wordt vaak gebruikt als lus aan het uiteinde of in de loop van een koord. De achtknoop wordt verreweg het meeste gebruikt voor het maken van stellingen. De achtknoop kan ook om een gesloten (deze kan je niet open doen zoals een harpje) punt worden gelegd, bijvoorbeeld een rots of een boomstam.

3 - de vissersteek/dubbele visserssteek
De visserssteek en de dubbele visserssteek worden allebei gebruikt om een 2 koorden van gelijke dikten aan elkaar te maken. Meestal wordt hiervoor de dubbele visserssteek gebruikt.




4 - de prusikknoop
De prusikknoop wordt gebruikt als blokkeerknoop voor het klimmen en dalen op een enkel koord, als zelfzekering bij afdalingen, en als voor blokkering en als bij de zekering boven op de wand/put/etc. De prusikknoop mag maximaal de halve diameter van het klimkoord hebben.

5 - de pulrich of halve mastworp
De pulrich wordt veel gebruikt bij het zekeren van een klimmer. De slip van het koord vangt bij veel gewicht eraan de val op omdat het dan een erg rekbare zekering is. De pulrich wordt soms ook wel gebruikt als noodafdaler. In allebei de gevallen moet je een stalen musketon gebruiken, omdat er erg veel wrijving is. Een lichtmetalen musketon is niet sterk genoeg. Als je toch een lichtmetalen musketon moet gebruiken moet je deze meteen nadat je uit de grot/wand/rots bent weggooien omdat anders deze niet meer betrouwbaar is.

6 - de blokeerknoop
Deze knoop is ervoor om in geval van nood het koord in een musketon te blokkeren. Deze knoop moet je daarom ook in een hand kunnen leggen. De knoop kan ook weer makkelijk worden losgemaakt door de aan het koord gelegde lus te trekken. De knoop wordt ook nog gebruikt bij het zekeren met een pulrich om het koord vast te zetten, zodat de zekeraar zijn handen vrij heeft.

Omdat de leeflijn maar op 1 manier mag worden geknoopt is hier een stukje over hoe je het moet knopen:

Leg op minder dan 1 meter van het einde van het koord een visserssteek. Let er wel op dat het lange eind (ongeveer jouw lichaamslengte) uit de knoop moet komen. Het korte eind is dan het stuk waarmee je de knoop kan schuiven. De lus wordt de lus die aan de zitgordel zal komen.
Steek het lange eind terug door de knoop. Leg de tweede visserssteek links van de eerste en let erop dat ze allebei hetzelfde zijn.
Leg nu met het korte eind een visserssteek rechts van de eerste knoop.
Steek het korte eind terug door de 3 knopen. Leg nu de vierde knoop links van de andere knopen.
Alle knopen moeten er nu hetzelfde uitzien. Bij het aantrekken passen ze dan precies op elkaar. Om te voorkomen dat de knopen in een nieuw geknoopte leeflijn losgaan moeten de 2 uiteinden hard worden aangetrokken, bijvoorbeeld met een rem. Bind daarna de 2 uiteinden samen met vliegertouw of plakband.