Vroeger, als heel klein kind al, was ik gek op graven. En op geschiedenissen en verhalen die ergens verborgen of begraven lagen. Ik wilde archeologe worden. Verder kom ik uit een land met bergen. Leisteen. Dat was een magische wereld. Ook daar verscholen zich verhalen. In de bergen zelf, in de wouden en tussen de rotsen, leefden bosgeesten. Sommigen half dier , half mens, trolachtigen en oude, wijze wezens. Ik was ervan overtuigd dat de bergen zelf ook leefden. Als berg of als individuele steen of rots hadden ze een eigen karakter en ziel. Je kon op de één of andere manier met ze communiceren. Ook de volwassenen om mij heen, een Zwitsers agrarisch dalvolk in dit geval, versterkten dit beeld voor mij. Zij spraken over de bergen alsof over personen die hen dingen vertelden. In velerlei opzichten hing hun bestaan af van deze communicatie. Ja, voor mij wisten de bergen, met hun immense kracht en wijsheid, af van het bestaan. Iets of alles daarvan lag daar verborgen. Een bruisende wereld, waarin ook een ander concept van tijd heerste. Eindigheid en oneindigheid (zover dat te begrijpen valt) in één blik, in één adem, één moment. Het is daar waar je je nietig voelt. Maar ook tegelijkertijd de kracht van het bestaan. En jouw aanwezigheid daarin.
Het mag duidelijk zijn waarom ik het liefste in steen werk. Ook het graven komt terug. Ik werk via de 'Taille Directe' methode, oftewel: ik ontdoe het beeld van de steen eromheen. 'Taille Directe' gaat ervan uit dat het beeld zich al in de steen bevindt, en dat je het als kunstenaar helpt zich te bevrijden. Je werkt dus zonder voorontwerpen, schetsen of uitgewerkt plan, direkt in het materiaal. Ik ben van mening dat er vele beelden kunnen schuilen in één steen, maar dat vanuit communicatie tussen juist deze kunstenaar en juist deze steen juist dit beeld naar voren komt. Het graven wat ik doe is een archeologische poging het menszijn te doorgronden. Gestyleerd figuratief wordt een emotie blootgelegd. Een verhaal dat niet af is en nooit af zal komen. Ik graaf er alleen naar het zichtbaar en herkenbaar te maken. Archeologisch omdat wat ik zichtbaar maak niets nieuws is. De dingen die ons mens maken zijn er altijd al geweest. Maar als we deze dingen ervaren, ervaren we ze niet als archaïsch, maar als iets directs en persoonlijks. Als iets van het moment dat vaak moeilijk is te benoemen. Of moeilijk genoeg om elke keer weer een plaats te geven in ons bestaan. De beleving van een bepaalde emotie is elke keer weer een nieuwe ervaring. Ook al zijn we hem al duizend keer tegengekomen, of ook al herkennen we hem als we hem zien. Een archeoloog legt laag voor laag details van een geschiedenis bloot. En zo doe ik dat als kunstenaar. Ik ontkleed alleen maar iets ouds, dat nieuw wordt doordat u ernaar kijkt met uw uniciteit.
![]()