Wat ik mijn kinderen moet vertellen
Ik heb er over nagedacht wat ik mijn kinderen moet vertellen over de dood.
Ik houd geen ingewikkeld verhaal over wat de een gelooft en wat de ander gelooft dat het maar is hoe je het bekijkt: honderd mensen, honderd visies op de dood.
Ik vertel niet dat ik geloof "dat er wel iets zal zijn", maar dat ik niet weet wat.
De twijfels groeien vanzelf wel die hoef ik niet te zaaien.
Ik vertel ook niet het verhaal van het poesje dat doodgaat en wordt begraven waardoor planten weer kunnen groeien: "Dat is heel wat voor een kat" dat vind ik eigenlijk onzin.
Dat is niks voor een kat.
Een kat is geen mest.
Een kat moet gestreeld worden.
Een kat moet spinnen.
Een kat moet miauwen.
Een kat moet spelen.
Ik vertel ook niet het verhaal dat het eenmaal moet zijn afgelopen.
Aan alles komt een eind: dus maak er maar wat van.
Dat is waanzin.
Dan zet je zo'n kind gevangen "Tussen de twee ijzeren tangen van het begin en het einde".
Ik vertel, denk ik, doodgewoon het verhaal van God.
Jij mijn kind, je bent een koningskind.
Ja, dat wist je nog niet.
Je ziet het ook bijna nog niet.
Ja, soms even, als we naar je kijken en we beseffen dat we van je houden, dan zien we dat je een koningskind bent.
Je bent niet een gevangene van dit leven op deze aarde.
Ik vertel denk ik doodleuk het oude verhaal van de hemel van grazige weiden en bloemen een land in het verschiet van eindeloos leven, van gezang, van volheid en verrukking.
Een gouden stad met poorten van parels waar geen verdriet meer is.
Een prachtig feest eten, drinken, muziek en dansen waar je vleugels krijgt van geluk en waar ze weer allemaal zullen zijn papa, mama, opa en oma en alle andere mensen waar je echt van hebt gehouden.
Dat vertel ik mijn kinderen, zodat ze zich niet laten verleiden tot gespeculeer over een hiernamaals reïncarnatie, het zwarte gat, nirwana, wanneer en hoe.
Wie er wel komt en wie niet.
Het enige dat ze moeten weten is dat hun eigen gevoel: dat ze "bestemd zijn voor de eeuwigheid" waar is.
En dat ze, terwijl ze weten dat ze sterven moeten toch kunnen leven.
En dat is het enige waar het op aan komt leven zonder angst voor de dood.
Want die dood bestaat niet, volgens Jezus tenminste.