Over mijzelf en mijn kunst.
. geboren in maart 1949
. MO-A, avondopleiding kunstacademie Arnhem (1986-1991)
. Werk: als docent beeldend op de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) voor de opleiding Creatieve Therapie
website Hogeschool van Arnhem NijmegenAchtergrond
Mijn ontwikkeling als schilder verliep via surrealistische neigingen naar abstract expressionistische tendensen gedurende mijn academietijd en van daaruit ben ik de laatste jaren naturalistisch gaan werken.
Ik heb de afgelopen jaren wat meer projectmatig gewerkt. Zo heb ik vanaf 1998 me in gefaseerde periodes beziggehouden met het maken van erotische modeltekeningen. Dit vond plaats in een groep schilders gevormd rond Ernst Voss. Hij (samen met o.a. Peter Klashorst en Jur van Hall) is een van de grondleggers van de z.g. ‘After Nature’ beweging.
Verder heb ik de afgelopen jaren me beziggehouden met het schilderen van zelfportretten en een serie portretten van Bonobo’s. In 2006 ben ik een serie grote landschappen gaan schilderen en noem dit project; "de Ooy in breedbeeld". Samen met mijn film, "Les offrandes oubliees",in de Ooypolder opgenomen, ben ik van plan dit project dat uit ongeveer 12 schilderijen bestaat begin 2007 te exposeren.
Bonobo’s
Het idee om me te gaan bezighouden met de Bonobo ontstond een paar jaar geleden toen ik voor het eerst iets hoorde over hun bestaan en leefwijze en direct gefascineerd raakte. Ik ben op een gegeven moment naar de Apenheul in Apeldoorn gegaan en ben daar in het afgelopen jaar begonnen met het maken van video opnamen. Vanaf september ’99 tot december ’99 wilde ik 12 grote doeken (90 x 115 cm) schilderen met de Bonobo als de geportretteerde. Ik zocht uit het aantal uren videomateriaal dat ik inmiddels al had verzameld een aantal aansprekende beelden uit, heb deze vervolgens op een Sony videoprinter uitgeprint, en ben deze kiekjes, deze snapshots, gaan naschilderen. Bijna fotografisch precies.
Apen als onderwerp voor een schilderij, voor een portret nog wel, dat is in kunsthistorisch perspectief gezien eigenlijk pas mogelijk sinds Paulus Potter’s doek "de jonge stier" uit 1647 waarin voor het eerst een dier tot zoiets eerbiedwaardigs als tot onderwerp van een schilderij werd verheven. De aanblik van de 12 doeken samen in een ruimte versterkt het effect van bijzonderheid.
De portretten die ik heb geschilderd lijken welhaast foto’s te zijn, maar wat ik heb gedaan is een spel met de werkelijkheid om het werkelijke beeld door een aantal ‘filters’ te halen. Eerst is daar de video opname, daarna de print en als laatste het doek. In elk stadium wordt er weer een filter aangebracht. Zo verandert de kleur, de achtergrond, de textuur, het licht.
De wijze waarop ik deze Bonobo portretten heb geschilderd hoort exclusief bij deze serie. Het kon a.h.w. niet anders. De bijna onpersoonlijke toets, de bevroren lijkende expressie, dit alles dient die schijnbaar precieze weergave, dat spel met de werkelijkheid.
Modeltekeningen
In mijn andere werk hanteer ik meestal een veel lossere toets, zeker wanneer het werk m.i. daarom vraagt. Zo ziet de serie erotische tekeningen er niet alleen schetsmatig uit vanwege de aanpak van de tekensessies (standen van hooguit 10 minuten). Het vluchtige karakter van deze werken correspondeert ook met de inhoud. Het zijn a.h.w. tekeningen die lijken op een journalistiek verslag van een gebeurtenis. Met weinig middelen toch een indruk geven van dat wat plaatsvond en dat wat plaatsvond was vaak dynamisch. In tegenstelling tot de meer gebruikelijke modeltekeningen bestaat de serie uit tekeningen van stellen. Stellen die druk bezig zijn, haast geen moment hun stand ‘bevriezen’. Hierin schuilt het grootste verschil met de traditionele modeltekening. Meestal maak ik gebruik van aquarel, inkt en van non-permanente schrijfstiften. De ene keer werkend op droog, de andere keer op nat gemaakt papier. De snelheid van tekenen kent geen aandacht voor het uitgesproken detail.
Zelfportretten
In de serie zelfportretten hanteer ik beide werkwijzen, zowel die van de vluchtigheid als die meer traditionele precieze schildermethode, de ene keer werkend op papier de andere keer op doek, al naar gelang mijn stemming, beschikbare tijd etc. Door de hele kunstgeschiedenis heen hebben schilders altijd zelfportretten gemaakt. Of het nu Leonardo da Vinci is, Rembrandt, Kirchner of Matisse. Het is uiteraard handig dat het model altijd aanwezig is op elk gewenst moment. Bovendien klaagt het model niet over de gelijkenis. Dat biedt de mogelijkheid om technieken of gelaatsexpressies uit te proberen zonder door allerhande andere zaken gestoord te worden. Alleen maar de schilder en het werkstuk.