|
CAMERAVOERING de Basics Het klinkt heel logisch: De manier waarop je de camera plaatst en hoe je de camera bedient is uiteindelijk bepalend voor het maken van een al of niet geslaagde opname. Vaak wordt er over het plaatsen van de camera en het gebruik van bepaalde bewegingen en instellingen niet al te lang nagedacht. Meestal wordt er maar wat gedaan. Toch is het handig om een paar regeltjes en termen te weten waardoor het makkelijker wordt vooraf een plan te maken en dit eventueel op papier te zetten. Je kunt in principe zelfs zover gaan dat je iemand anders met jouw instructies opnamen kan laten maken die precies aan je eisen voldoen. Standpunten De keuze van standpunt is afhankelijk van wat je met de te maken opname aan de kijker duidelijk wilt maken. Voor een goed overzicht kom je er niet onderuit afstand te nemen om zoveel mogelijk van de situatie te laten zien in een totaal shot. Soms lukt het niet op een normale manier omdat bij het afstand nemen er storende elementen in beeld komen. Een oplossing kan zijn tevens een hoger standpunt te zoeken. Het hogerop zoeken heeft voor professionals maar weinig grenzen. De amateur zal moeten zoeken naar creatieve oplossingen waarbij gebruik gemaakt zal moeten worden van bestaande objecten zoals heuvels torens etc. Als dergelijke objecten niet in de buurt zijn houdt alles op; we kunnen moeilijk een torenkraan gaan huren of een helikopter inzetten. Toch blijkt er in de praktijk -als je er maar aan denkt- altijd wel een geschikte plek te vinden voor een mooi overzicht. Bij dit standpunt hoort een groothoek instelling van het zoomobjectief. Voor een overzicht is het niet zinvol in te zoomen want dat beperkt weer het overzicht. Het tegenovergestelde van de overzichtsopname is de close-up voor opnemen van een bepaald detail. Als de opname van zo dichtbij wordt gemaakt dat het onderwerp niet direct herkenbaar is, wordt gesproken van een extreme close-up. De close-up kan met groothoek gemaakt worden (eventueel in macrostand) als de camera dicht bij het onderwerp wordt geplaatst. Ook op afstand met het zoomobjectief in telestand kan een close-up worden gemaakt. Er is een duidelijk verschil tussen beide methoden. Tussen de beschreven uitersten zit nog een heel scala van half totalen en half close-ups. Er zijn ook speciale perspectieven die de opname een bepaald karakter geven: Vogelperspectief waarbij het
camerastandpunt (veel) hoger is dan ooghoogte. Opnamen met dit perspectief geven
het idee dat er op het onderwerp wordt neergekeken. Dit kan letterlijk zo zijn
als iemand op deze wijze in beeld wordt gebracht. De kijker voelt zich verheven
boven het onderwerp. Het tegenovergestelde van het vogelperspectief is het kikkerperspectief.
Hierbij wordt de camera (veel) lager geplaatst dan ooghoogte.
Het effect is, ook al bij een klein hoogteverschil, dat de kijker ontzag
krijgt voor het onderwerp. Zet bij opnamen van een presentatie of interview de
camera altijd iets lager dan ooghoogte van presentator of geïnterviewde. Het
effect is dat de kijker onbewust datgene wat gezegd wordt als gezaghebbend
ervaart. Bewegingen
Bewegingen kunnen op allerlei vernuftige manieren worden gecombineerd. Professionele filmmakers hebben hiervoor een scala aan kranen, treinen en andere mechanische hulpmiddelen tot hun beschikking. In principe kunnen deze bewegingen ook uit de hand worden gemaakt; de hulpmiddelen worden voornamelijk gebruikt om de bewegingen vloeiend te laten verlopen. In- en uitzoomen
is geen camera beweging; het is een handig hulpmiddel om vanuit één standpunt
verschillende kaders te creëren door het variëren van de lenshoek. Het in- en
uitzoomen zelf lijkt sterk op een rijder maar doordat met het veranderen van de
lenshoek het persectief niet verandert is er een duidelijk verschil. In
professionele films wordt zelden gebruik gemaakt van de zoom-’beweging’ Compositie Een (beeld)compositie ontstaat door een bepaalde combinatie van standpunt en gebruikte lenshoek waardoor het kader op een bepaalde manier wordt gevuld. Een goede compositie voldoet aan een aantal richtlijnen. Hier hebben we het al vaker over gehad; de belangrijkste aandachtspunten zijn: Ogen van personen boven de denkbeeldige horizontale middellijn van het kader plaatsen. Tenzij er ook nadrukkkelijk aandacht moet zijn voor andere elementen waardoor de personen niet de meeste aandacht moeten krijgen in het kader. Personen (en voorwerpen) moeten ‘zichtruimte’ hebben. Dat betekent dat er in de kijk- of bewegingsrichting ruimte vrij moet zijn in het kader. Voorkomen moet worden dat niet terzake doende delen zich gedeeltelijk in het kader bevinden. De keuze moet gemaakt worden: wel of niet in het kader. Voorkomen moet worden dat er zogenaamde ‘blikvangers’ in het kader ontstaan. Dit doet zich vooral voor als er tussen onderwerp en rand van het kader vlakken ontstaan die contrasteren met de rest van de inhoud van het kader. Verder is het niet zo’n sterke compositie als een onderwerp precies in het midden van het kader wordt geplaatst. Een handig hulpmiddel is het plaatsen van belangrijke onderdelen op ‘derden’ van het kader. Dit geldt zowel horizontaal als verticaal. Als de basisregeltjes bekend zijn mag daar natuurlijk op verantwoorde wijze mee geëxperimenteerd worden als daar enig doel mee gediend is. [ Video Club Hoorn en de Regio | Video club magazine inhoud | H & R Video ABC ] [ blocqx11 ]
|