In deze rubriek worden gestelde vragen over de volgende onderwerpen beantwoord.
| Aanloopstrook | Geluid toevoegen | Insert | Synchroon
monteren | Defecte batterijen |
Automatisch uitschakelende camera | Afspeelproblemen
|
|
Vraag van Dhr. F. Held te Hoorn:
Aan het begin van mijn montage heb ik keurig een stuk zwart opgenomen van zo'n 30 seconden. Als begin beeld heb ik een stilstaand plaatje gebruikt uit mijn digitale camera met hieraan toegevoegd een titel uit mijn Amiga-computer. De titel was gemaakt met het programma 'Scala'. Bij het afspelen gaat na het zwart van de aanloopstrook het begin beeld van de montage eerst een paar keer over de kop voordat het goed stil staat. Met de overige lassen is niets aan de hand. Wat gaat hier dan mis?
Antwoord:
Als beelden 'over de kop gaan' of 'omvallen' is de oorzaak te vinden in een verstoring in de zgn. sync of synchronisatie-pulsen op de band. De oorzaak van deze verstoring kan bijvoorbeeld een sterk magnetisch veld zijn; een tape met opnamen die voor lange tijd dicht in de buurt van een luidspreker is opgeslagen vertoont o.a. dit verschijnsel. Ook kan er, zoals waarschijnlijk in dit geval, iets mis gegaan zijn tijdens het monteren. Wat zijn hier de mogelijkheden?
De bron:
Het (stilstaand) beeld uit de digitale camera is gestabiliseerd door middel van een ingebouwde TBC (Time Base Corrector) en kan daarom niet de oorzaak zijn van de sync storing. Als tijdens het monteren het beeld stabiel is wordt er ook een goede las gemaakt. We gaan er maar even vanuit dat de montage recorder niet defect is.
Het effect:
Als er voor het toevoegen van een computer-beeld een zgn. genlock van goede kwaliteit wordt gebruikt zal het sync-signaal uit de bron niet zodanig kunnen worden aangetast dat de omschreven storing zal ontstaan. Daar zit de oorzaak dus ook niet.
De aanloopstrook:
Wat overblijft als oorzaak van de storing is een slechte las tussen de aanloopstrook en het begin beeld. Naar alle waarschijnijkheid is het beeld van de aanloopstrook wel zwart geweest (er is een seconde of 30 niets opgenomen) maar sync-pulsen ontbreken Bij het opnemen van het begin beeld komen er wel sync-pulsen op de band. Bij afspelen kan de betreffende monitor zich niet zo snel aanpassen als er plotseling wel pulsen op de band staan. Er ontstaat een storing die zich uit in het over de kop gaan van het beeld. De oplossing is: maak een aanloopstrook door uit de camera het signaal van een zwart plaatje (lens dicht) op te nemen. Dan is er wel een sync-signaal aanwezig in het 'zwart'.
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Vraag van Dhr. J. Praal te De Goorn:
Ik heb een montage gemaakt op S-VHS waarbij het directe geluid op zowel de HiFi-sporen als op het spoor voor normaal geluid staat. Vervolgens heb ik muziek toegevoegd door met 'Audio Dub' het geluid van het normale geluidsspoor te vervangen door muziek. Nu blijken bepaalde delen van het HiFi geluid storend hard te zijn t.o.v. de toegevoegde muziek. Hoe kan ik het volume van het HiFi geluid regelen?
Antwoord:
Als u de muziek al heeft toegevoegd kunt u bij het maken van een kopie de beide geluidssporen (HiFi- en mono spoor) via een audio- mixer in de juiste verhouding mengen. Dit kan alleen als beide geluidssignalen apart op de recorder beschikbaar zijn. Tijdens het kopiëren kan de verhouding tussen muziek en direct geluid nu optimaal worden verkregen. Dit betekent echter wel, dat bij het maken van een aantal kopieën, het geluid telkens opnieuw met de hand moet worden geregeld. Een extra probleem wat zich voordoet bij het mengen van de HiFi-sporen met het mono-spoor doet zich voor als op beide sporen hetzelfde signaal is opgenomen (meestal gebeurt dit al automatisch). Omdat er toch een klein verschil ontstaat tijdens het afspelen van beide geluidssporen zal bij het mengen van de signalen een faseverschil hoorbaar worden. Dit uit zich in een wat gedempt en suizend geluid. Op de plaatsen waar geen toegevoegd geluid op het mono-spoor aanwezig is mag nooit hetzelfde directe geluid (zoals op het HiFi-spoor) aanwezig zijn. Dit om het effect van faseverschillen te voorkomen.
Een betere manier voor het in de juiste verhouding brengen van HiFi- en normaal geluid is het zogenaamd 'terug mixen' van de HiFi-sporen naar het mono-spoor terwijl er tegelijkertijd geluid (bijv. muziek) wordt toegevoegd. Om deze methode te kunnen toepassen moet op de betreffende montage-recorder de mogelijkheid aanwezig zijn de HiFi-sporen weer te geven tijdens het 'Audio dubben'. Er ontstaat een goede audio mix op het mono-spoor als zowel het HiFi-signaal als het toe te voegen geluidssignaal via een audio-mixer naar dit (mono-) spoor wordt gekopiëerd.
Als de mogelijkheid voor het mixen op de beschreven manier technisch niet mogelijk is, is er een goed alternatief. Zorg er dan voor dat tijdens het maken van de beeld-montage alleen het geluid dat later van belang is wordt gekopiëerd (HiFi-spoor). Alle andere (storende) geluiden moeten tijdens het kopiëeren direct zachter gbezet of uitgeschakeld worden. Op het mono-spoor kan geluid in de juiste verhouding worden toegevoegd. Let erop dat er op het mono-spoor geen direct geluid meer staat (zie fase-probleem).
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Vraag van Dhr. P. Speer te Hoogwoud:
Tijdens het monteren van één van mijn video-films heb ik een 'klein' foutje gemaakt. Ik was van plan beelden tussen te voegen in een bestaande montage. Ik heb echter niet de juiste bedieningsknop gebruikt. Hierdoor heb ik in mijn bestaande montage een gewone 'kop-staart' las gemaakt. Het resultaat was dat bij het afspelen er aan het eind van de toegevoegde beelden een aantal seconden ruis te zien was. Ik heb het nog opnieuw geprobeerd, op de juiste wijze, maar op de plek waar ruis was ontstaan werd het beeld nu instabiel. Mijn vraag is: "Hoe is dit verschijnsel te verklaren en is hier nog iets aan te doen?".
Antwoord:
Bij het opnemen van nieuwe beelden op de plaats van bestaande beelden, moet een speciale opnamestand ('insert') op de montagerecorder aanwezig zijn. In deze opnamestand laat de recorder bepaalde delen van de video-informatie op de band onaangetast. Alleen het beeld wordt vervangen. De nieuwe beelden worden als het ware gekoppeld aan het geluidssignaal en de zgn. 'synchronisatie-pulsen' van de bestaande opname.
Bij het maken van een 'kop-staart' las wordt een nieuwe opname (kop) zonder meer gekopieerd aan het eind (staart) van de vorige opname. In dit geval worden alle signalen die eventueel op de video-band aanwezig zijn eerst gewist. Daarna wordt nieuw beeld en geluid opgenomen. Bij banden waarop nieuwe opnamen zijn gemaakt over eerder opgenomen beelden zal aan het eind van deze opname een tijdje ruis te zien zijn met daarna eerst wat springende beelden. Na enige tijd zullen de bestaande beelden weer zichtbaar worden.
Omdat u in plaats van een 'insert' een 'kop-staart' las heeft gemaakt is er een aantal seconden ruis ontstaan in uw bestaande montage. Een poging om naderhand alsnog op de juiste wijze een 'insert' te maken strandt weer op het stukje ruis. Hier is de informatie, nodig voor het maken van een goede 'insert', niet (meer) aanwezig waardoor op deze plaats bij afspelen een instabiel beeld zal ontstaan.
Wat het tweede deel van de vraag betreft is het antwoord helaas 'NEE', hier is niets aan te doen. U zult vanaf het punt waar de ruis is ontstaan de hele montage opnieuw moeten maken. Ook kunt u een kopie maken waarbij u het instabiele deel overslaat. Dit betekent echter kwaliteitsverlies en waarschijnlijk een inhoudelijk probleem als belangrijke opnamen hierdoor moeten vervallen.
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Vraag van Dhr. J. Kerselaar te Bovenkarspel:
Samen met een kennis heb ik opnamen gemaakt van een dansgroep. Het was de bedoeling om later een montage te maken waarbij de beelden van beide camera's een doorlopend geheel zouden vormen. Zelf heb ik totaal shots gemaakt terwijl mijn kennis verschillende details heeft opgenomen. Het is ons echter niet gelukt de 'inserts' van de tweede camera synchroon in de totaal-opnamen te monteren. Nu vragen wij ons af of met de door ons gebruikte apparatuur (montage-recorder met insert mogelijkheid) ons plan wel uitvoerbaar is. Als dat niet het geval is zou ik graag weten of er methodes zijn om met consumenten-apparatuur ons doel te bereiken.
Antwoord:
Uit de omschrijving blijkt dat het met alleen een goede montage-recorder vrijwel onmogelijk is een insert synchroon te monteren. Een aanvaardbare methode is het maken van inserts waarbij asynchroniteit niet opvalt. Hierbij mogen in de als insert te gebruiken opnamen geen detais voorkomen die vergeleken kunnen worden met de totaal beelden. Bijvoorbeeld in het geval van een dansgroep: close-up's van gezichten en kleding waar vooral bewegingen niet te vergelijken zijn met de basisbeelden.
Met wat extra apparatuur en goede afspraken bij het opnemen kan van een evenement achteraf best een montage gemaakt worden die de indruk geeft alsof er live is geschakeld.
In de eerste plaats is het absoluut noodzakelijk dat beide camera's, dus ook de camera waarmee de aanvullende beelden worden opgenomen, continu aan blijven.
OOK ALS ER DOOR EEN VAN DE CAMERA'S GEEN (INTERESSANTE) BEELDEN KUNNEN WORDEN OPGENOMEN moeten beide camera's blijven 'draaien'.
Het belang hiervan is o.a. dat als er met 'tijdcode' wordt gewerkt, op eenvoudige wijze de plaats op de band nauwkeurig te vinden is, waar een bepaalde aanvullende opname ingepast kan worden. Deze kan dan exact op tijdcode worden ingevoegd. De apparatuur moet in dit geval natuurlijk wel geschikt zijn om op tijdcode te kunnen monteren. Het vergt ook wat rekenwerk om de juiste tijdcode te bepalen.
Voor degenen die in het bezit zijn van een video-mixer bestaat de mogelijkheid achteraf een mix te maken waarbij beide opnamen (basisbeelden en toe te voegen beelden) elk in een aparte camera worden afgespeeld. Als de startpunten van de opnamen gelijk liggen zullen de opnamen bij tegelijk starten synchroon blijven lopen (er is -ook voor langere tijd- geen afwijking in de synchroniteit van beide bronnen). Als elke camera op een ingangskanaal wordt aangesloten kan op de juiste momenten (dit moet wel goed voorbereid worden) tussen de kanalen geschakeld worden. Er kunnen zelfs effecten worden gebruikt.
Het zal duidelijk zijn dat er aan het begin van de opnamen een goed herkenbaar startpunt moet worden opgenomen. Het mooiste is het gebruik van een 'klap' maar bijvoorbeeld een bepaald handgebaar of herkenbaar geluidssignaal (in beeld 'knippen' met de vingers) is ook goed.
Om ervoor te zorgen dat er achteraf geschakeld kan worden moeten er tijdens het opnemen goede afspraken worden gemaakt. Schakelen tussen bijna dezelfde opnamen is zinloos. Er kan bijvoorbeeld afgesproken worden wie de totalen en wie de details zal opnemen. Als er tijdcodes bekend zijn van opnamen die niet bruikbaar zijn kan hiermee tijdens het mixen rekening worden gehouden. Voorbeelden van onbruikbare opnamen zijn opnamen waarbij nog scherp gesteld of naar een volgend onderwerp gezocht wordt.
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Vraag van Dhr. C. Koopsteen te Blokker:
Koop ik steeds de verkeerde batterijen of is het normaal dat de capaciteit van een batterij zo snel terugloopt? Gemiddeld doe ik niet langer dan een paar maanden met een batterij, en dat terwijl ik ze regelmatig oplaad. Nu heb ik onlangs weer nieuwe batterijen aangeschaft. Tot mijn verbazing gaf de camera al na een minuut of zes een melding dat de batterij leeg was. Dit was bij beide batterijen het geval. Wat kan hiervan de reden zijn en hoe kun je meten of een batterij goed is?
Antwoord:
Batterijen kennen we al veel langer dan de moderne apparatuur waarvoor ze de energie leveren. Een batterij is dan ook het meest gewone onderdeel in bijvoorbeeld een camcorder. Er zijn echter heel veel verschillende soorten batterijen maar dat is aan de buitenkant niet direct te zien.
Het blijkt in de praktijk dat er bij de gebruikers niet voldoende aandacht is voor het welzijn van de batterij. Dit is voornamelijk de oorzaak van de snelle achteruitgang van de capaciteit. Een batterij moet goed onderhouden worden en dat vergt nogal wat discipline. De meeste problemen zijn het gevolg van het niet voldoende ontladen van een batterij voordat deze opnieuw geladen wordt.
Wat is er aan de hand? Batterijen hebben een zgn. 'geheugen werking'. Dat betekent dat een slechts gedeeltelijk ontladen batterij, die weer wordt geladen en eigenlijk nooit volledig is ontladen, zich op een of andere manier herinnert hoe veel de ontlading gemiddeld was waarna weer geladen wordt. Na verloop van tijd is de capaciteit aangepast aan het gebruik. Er zijn tegenwoordig laders die een batterij eerst ontladen alvorens deze weer op te laden. Het gebruik van een dergelijke lader lost veel capaciteits problemen op.
Om te bepalen of een batterij nog goed is moet er worden gemeten. Een kleine analoge universeelmeter is hiervoor geschikt. Dit soort metertjes zijn te koop voor een paar tientjes. Het domweg meten van de klemspanning van een batterij is niet voldoende omdat de spanning meestal zonder belasting voldoende zal zijn. Er moet dus ook een belasting (een apparaat met een vermogen dat ongeveer overeenkomt met dat van een camcorder) worden aangesloten op de klemmen. De batterij is goed als de klemspanning nu ook nog voldoende is.
Voor een batterij met capaciteitsproblemen kan er nog redding zijn. Gooi een batterij dan ook niet eerder weg dan nodig. Er moet echt helemaal niets meer aan te doen zijn. Voor het 'reanimeren' van een batterij bestaat de volgende methode.
Inmiddels is er en nieuw type batterijen zonder 'geheugen werking', die op elk moment weer oplaadbaar zijn. Tegenover het nadeel van de hoge prijs staat wel dat de batterij minder onderhoud vergt. Een verwaarloosde batterij kost ook geld.
Als het zeker is dat een belaste batterij voldoende spanning geeft en de camera toch aangeeft dat de batterij bijna leeg is en bovendien om deze reden automatisch wordt uitgeschakeld is er vrijwel zeker iets niet in orde met de elektronica in de camera die de vereiste voedingsspanning controleert. Voor het goed functioneren van een camera is een bepaalde minimum spanning nodig. Dit kan bijvoorbeeld 5,5Volt zijn. Als de voedingsspanning beneden deze waarde daalt is een goede werking van de camera niet meer gegarandeerd. Er is in de camera dan ook een beveiliging aangebracht die de voedingsspanning meet en bij een te lage spanning de camera uitschakelt. Onder normale omstandigheden is een te lage voedingsspanning een reden om aan te nemen dat de gebruikte batterij 'leeg' is. Het komt echter voor dat het controle-circuit iets te hoog is afgeregeld waardoor de voedingsspanning te snel als te laag wordt aangemerkt. Het gevolg is dat de camera wordt uitgeschakeld terwijl er eigenlijk wel voldoende spanning aanwezig is om de elektronica normaal te laten werken. Het verschil tussen voldoende en onvoldoende gemeten spanning kan een kwestie zijn van enkele milli(1/1000)Volts. Door de betreffende beveiligingscircuits opnieuw in te regelen kan het probleem worden opgelost. Ondanks de indruk die gewekt wordt dat elke batterij waar 6V op staat ook werkelijk zes Volt levert zijn er soms kleine verschillen en kan door het proberen van een aantal verschillende batterijen een geschike batterij gevonden kunnen worden.
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Automatisch uitschakelende camcorder
Vraag van Mw R. v.d. Weide te Rhenen:
Ik heb een probleem met mijn Sharp video camera de VL-C650. Ik wil hem namelijk gebruiken als een full time camera, maar de camera schakelt automatisch uit als je hem langer dan een paar minuten niet gebruikt. Dit is een standaard functie om de batterijen te sparen. Omdat de camera rechtstreeks op de lader is aangesloten hoeven de batterijen niet gespaard te worden. Hoe kom ik van dat automatisch uitschakelen af?
Antwoord:
Dit probleem komt eigenlijk bij alle camcorders voor. Het sparen van de batterijen is en goeie zaak maar als de camera op een net-adapter is aangesloten is die beveiliging alleen maar lastig. We kennen de genoemde camcorder niet persoonlijk maar er is een goeie kans dat de oplossing hetzelfde is als bij alle andere 'beveiligde' camcorders. Er zijn twee mogelijke oplossingen voor het probleem. Eigenlijk is de oplossing afhankelijk van de door de fabrikant gehanteerde logica. Dat betekent dat bij sommige camera's de oplossing is: "Haal je bandje uit de camcorder" en bij andere camera's werkt het precies andersom: "Stop een bandje in de camcorder". (in dit geval hoeft de band natuurlijk niet te lopen).
* bij de Sharp VL-C650 blijkt het bandje eruit te moeten.
Video helpdesk | Video Club Hoorn en de Regio
Vraag van Joop Verdane te Zwaag:
Thuis gekomen van een vakantie in Spanje bleek het niet mogelijk al mijn opnamen vlekkeloos af te spelen. Bij een aantal banden was er voortdurend sprake van 'hikken' in beeld. Hoe kan ik het afspelen goed krijgen?
Antwoord:
Een vervelend probleem.
Eerst even weten of je wel geprobeerd hebt met de tracking instellingen resultaat te
boeken. Het kan in dit soort gevallen helpen.
Wat er waarschijnlijk aan de hand is, is het volgende : ....
Tijdens het maken van de opnamen is er iets mis gegaan met het vastleggen van het
videosignaal. Door bijvoorbeeld vocht of warmte. Alleen door te weten onder welke
omstandigheden het fout ging is eventueel deze situatie opnieuw te creëren. Waar het om
draait is dat afspelen onder dezelfde condities als bij het opnemen altijd de beste
resultaten geeft. Er ontstaan problemen als de condities door bijzondere omstandigheden
niet met de standaard correctiemogelijkheden van de apparatuur kunnen worden
gecompenseerd.
Te proberen is nog het bandje af te spelen in een andere camera of player.